Het lijkt simpel om je WiFi-netwerk te boosten met een krachtigere router, maar dan ben je er helaas nog niet. Ook zaken als de exacte plaatsing, aanvullende instellingen en andere apparatuur die je in gebruik neemt, zijn van belang. 10 tips om je WiFi-netwerk supersnel te maken.

Je hele huis staat tegenwoordig vol met WiFi-apparaten: smartphones, tablets, webradio’s, pc’s – je thuisnetwerk is een hele entertainmenthub geworden. Daarom voldoet een oud WiFi-netwerk vaak niet. Ik ging op zoek naar een nieuwe router om m’n eigen netwerk te boosten, maar bleef daarna nog met een hoop problemen te zitten.

Op basis van m’n eigen ervaringen, geef ik 10 tips over waar je op kunt letten als je een verbeterd thuisnetwerk uitrolt, zodat je enkele frustraties waar ik zelf tegenaan liep kunt vermijden. Zo hoef je het wiel niet opnieuw uit te vinden. Daarnaast volgen hier tips om je bestaande apparatuur zodanig in te zetten dat je zo efficiënt mogelijk gebruik kunt maken van het netwerk.

Alvast een eerste tip: waarschuw van tevoren je familie dat je aan de slag gaat met het WiFi-netwerk, zodat ze tijdig op zoek kunnen naar een alternatief. Anders organiseren de kinderen binnen de kortste keren een paleisrevolutie.

Tenzij je het gelukt heb in een regio te wonen waar je een gigabitlijn hebt omdat er glasvezel tot in de huiskamer is uitgerold, kun je het beste je bestaande apparatuur zo efficiënt mogelijk inzetten om elke extra Mbit per seconde uit je draadloze netwerk te persen. Deze tips zullen je daarbij helpen.

1. Kies een standaard

Dit klinkt voor de hand liggend: kies welk 802.11-protocol je gaat gebruiken. Maar er kleven nadelen aan het zomaar kiezen voor de snelste standaard. Vroeger werkten de meeste routers op 802.11a (11 Mbps in 2,4 GHz) of 802.11b (54 Mbps in 5 GHz). Deze werden in 2003 vervangen door 802.11g-routers, die een theoretische verbinding hadden van 54 Mbps in het 2,4 GHz-spectrum.

Momenteel hangt de halve wereld op n-routers. De 802.11n-standaard kwam op in 2009 en deze bood de mogelijkheid meerdere datastromen van zowel 2,4- als 5 GHz-zenders te gebruiken. 802.11n piekt op 600 Mbps met een maximaal bereik van 70 meter. Maar een nieuwe standaard staat aan de horizon en er zijn al 802.11ac-routers te koop.

802.11ac is de volgende grote sprong en duwt in theorie 1 gigabit aan data per seconde. Omdat de standaard nog niet is vastgelegd, zul je in de nabije toekomst firmware-updates moeten uitvoeren als je nu al ac-apparatuur aanschaft. Deze netwerkapparaten zullen het WiFi-landschap de komende jaren bepalen, maar houd er rekening mee dat veel apparatuur, zoals je tablets en laptops, de standaard meestal nog niet ondersteunen. Daarom zou ik nu nog even bij het stabielste platform blijven waar je de meeste aansluiting voor kunt vinden en dat is op dit moment nog 802.11n.

Nog een tip: neem de prestaties beloofd worden altijd met een korreltje zout. In mijn ervaring heb je meestal ongeveer een derde tot de helft van de doorvoersnelheid en het bereik dat in de specificaties van het WiFi-protocol is vermeld. Je kunt bijvoorbeeld redelijkerwijs van een 802.11n-netwerk verwachten dat hij 200 Mbps aflevert met een bereik van 25 tot 40 meter binnenshuis.

De eerste stap die ik nam was om m’n antieke Lynksys WRT54GS (802.11g) te vervangen door een fikse 802.11n-router met een 600 mW-zender. Dat verdubbelt de output van de oude router.